Word abonnee

Op de politieke agenda voor 2018: evaluatie provisieverbod, een verloren machtsstrijd

Kamerbrief evaluatie provisieverbod
De effecten van het provisieverbod zijn geëvalueerd door het ministerie van Financiën. De uitkomsten zijn in januari 2018 aan de Tweede Kamer gestuurd.In de evaluatie zijn drie onderwerpen meegenomen:
1. cultuurverandering van productgedreven verkoop naar klantgerichte advisering;
2. toegankelijkheid van het advies voor de consument;
3. effectiviteit van het dienstverleningsdocument.

De evaluatie bestaat naast een Kamerbrief van de minister van Financiën (Hoekstra) met de conclusies uit een drietal bijlagen:
1. consumentenonderzoek en financieel advies(CentERdata);
2. onderzoek naar de markteffecten van het provisieverbod (Decisio);
3. enquêteresultaten markteffecten (Decisio).

Conclusie van de minister is:
1. Het provisieverbod is effectief;
2. Er zijn geen problemen met toegang tot advies;
3. Het dienstverleningsdocument speelt maar een zeer beperkte rol in de keuze van consumenten.

Provisie is het meest omstreden onderwerp in de verzekeringsbranche. Het verdeelt de gelederen in voor- en tegenstanders en voedt menig complottheorie. Maar wie heeft er nu gelijk? Is een provisieverbod nu wel of niet goed voor een klant? In dit artikel reflecteren we op de discussie over de in januari verschenen evaluatie van het provisieverbod. Zodat u weet wat u kunt verwachten in 2018.

Tevreden voorstanders

De voorstanders van het provisieverbod juichten toen minister Hoekstra op 23 januari zijn conclusies naar de Tweede Kamer zond. Ook het Verbond van Verzekeraars als grote voorstander. De uitkomst van de evaluatie bevestigde de zienswijze van het Verbond. De kwaliteit van advies is toegenomen en sturing door provisie in de productkeuze van adviseurs is aan banden gelegd. Dus goed nieuws!

    Maar op de keeper beschouwd is kwaliteitstoename van het advies en minder sturing door het provisieverbod een logisch gevolg. Wat verwacht je anders als je een financiële prikkel verbiedt? Met het weghalen van de prikkel haal je ook de sturing in producten en aanbieders weg. Daar hoeft geen anderhalf jaar en een meer dan 300 pagina's tellend onderzoek aan gewijd te worden.

Boze tegenstanders

Naast deze blijdschap over de uitkomst van de evaluatie is er ook een andere kant van de medaille. De conclusies van de minister voeden de boosheid en argwaan jegens overheid en verzekeraars van degenen die een verbod verfoeien. Een verbod op provisiestromen is een harde overheidsingreep met grote consequenties voor het voortbestaan en de bedrijfsvoering van veel financieel dienstverleners. Dat maakt een heftige (tegen-)reactie begrijpelijk.

    Hoewel het onderzoek spreekt van een gedragenheid onder adviseurs is er ook een stevig tegengeluid. De protestgroep, beïnvloed door de Commissie Financiële Dienstverlening, is fel tegen een dergelijke ingreep. Zij betwisten de effecten, vrezen de neveneffecten en zijn boos dat zij niet gehoord worden en beperkt blijven ten aanzien van bedrijfsvoering en financiën. Volgens hen bevat het onderzoek halve waarheden.

De strijd gaat om markt-aandeel en niet om klantbelang

Concurrentiegedreven

Waarom komen er zulke heftige reacties uit beide kampen op de ingrepen in de provisie? De insteek is toch het gezamenlijk realiseren van klantgerichte advisering? Dit mooie principe vraagt toch om een gezamenlijk strijdplan? Of gaat het hier niet om klantbelang, maar om wie de markt domineert?

    Hoe zuiver staan de verzekeraars de discussie? Met het pleiten voor een provisieverbod gaan zij niet alleen de sturing in het advieskanaal schrappen, zij gaan ook de concurrentie aan via de eigen directe en/of onlinedistributie. Het is duidelijk dat er ook een onderliggende machtsstrijd gaande is die de principiële discussie ondermijnt. De strijd gaat om marktaandeel, verdeling en macht.

    Verzekeraars en hypotheekverstrekkers krijgen in het nieuwe speelveld meer ruimte om hun eigen directe modellen te positioneren. En adviseurs zijn bang om hun goed betaalde adviesmodellen te moeten inruilen voor rechtstreeks klantcontact en minder inkomsten. De concurrentiestrijd heeft een vernietigend effect op het samen dienen van de klant. En dus ook op de wenselijkheid en effect van een provisieverbod.

Waardeverval van advies

Een veelgehoord bezwaar tegen een provisieverbod is dat de toegang tot advies wordt beperkt. Advies oogt duurder en de consument kiest puur uit kostenoverwegingen voor een goedkoper alternatief, online en execution only. Je kunt het protest van de protestgroep afdoen met een achterhoedegevecht. En toch snijdt het argument ook ergens wel hout.

    Het consumentenonderzoek van CentERdata toont aan dat consumenten daadwerkelijk naar execution only vluchten of naar de goedkopere concurrent. Maar liefst 37 procent van de consumenten denkt na vijf jaar provisieverbod dat advies gratis is! In een experiment waarin de kosten van de dienstverlening werden gepresenteerd, koos 45 procent de goedkopere variant van online en execution only-dienstverlening. Prijs stuurt wel degelijk de consumentenvoorkeuren, zoals menig adviseur al voorvoelde.

    Maar geen reden voor actie volgens de onderzoekers en overheid. De onderzoekers melden dat het om een intentie gaat van consumenten om bij het zien van de kosten geen advies in te winnen. In werkelijkheid zien de onderzoekers nog geen grote verschuiving in de markt van advies naar het goedkopere execution only. Maar moeten we dan wachten tot het zich daadwerkelijk voltrekt om dit signaal serieus te nemen?

Het duale perspectief

De resultaten van de evaluatie hebben de discussie in de branche weer opnieuw doen oplaaien. Niet dat de uitkomsten tot nieuwe perspectieven of argumenten leiden. Integendeel, het onderzoek kan op velerlei manieren uitgelegd worden. De voorstanders voelen zich gesteund in hun visie en de tegenstanders gevoed in hun bezwaren. Beiden leggen het onderzoek uit in hun eigen voordeel.

    En dat is logisch. Het onderzoek geeft alle ruimte voor dit duale perspectief. De minister concludeert zelf dat goede data ontbreken om de effecten te bezien. Hij waarschuwt dat het provisieverbod niet in isolement kan worden gezien. Er zijn immers ook andere factoren die de kwaliteit van advies beïnvloeden, zoals deskundigheidseisen en verbeterde adviessoftware. Ondanks het uitgebreide onderzoek worden we niet veel wijzer over de wenselijkheid van het provisieverbod. Het houdt de dualiteit in stand.

Onderwerpen politieke agenda 2018
- faciliteren van vergelijking door consumenten (dvd, rol vergelijkingssites);
- verantwoordelijkheden en problemen van postcontractuele zorgplicht;
- onderscheid tussen advies bij een aanbieder en zelfstandig advies;
- jaarlijkse controle van het kostprijsmodel aanbieders loslaten;
- gelijk speelveld bij pensioenadvies (APF, pensioenuitvoerders);
- actieve provisietransparantie bij schadeverzekeringen;
- moderniseren van het recht op premie-incasso.

Bron: Kamerbrief evaluatie provisieverbod, ministerie van Financiën, 23 januari 2018

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Systeem in stand houden

De minister kiest wel duidelijk een kant. Hij vindt in de meer dan 300 pagina's tellende evaluatie geen aanleiding om het provisieverbod ter discussie te stellen. Met andere woorden: hij vindt geen bewijs dat er ongewenste neveneffecten zijn. En dus houdt hij vast aan het sys­teem dat er nu eenmaal is. Politiek gezien een open, veilige, maar ook stuurloze optie.

Wanneer krijgen adviseurs erkenning voor de bange voorgevoelens van nu?

    Maar hoe zit het dan met de volgende feiten die in het onderzoek worden aangestipt? Het consumentenbewustzijn is laag: een deel denkt nog steeds dat advies gratis is, is niet bekend met het provisieverbod en is niet in staat om de kwaliteit van advies goed te beoordelen. Het dienstverlenings­document speelt geen rol in de oriëntatie. En consumenten neigen ertoe over te stappen naar goedkopere modellen zonder advies. Dat zijn toch relevante waarnemingen die vragen om een actie of reactie?

    Of moeten we dan wachten tot over een jaar daadwerkelijk blijkt dat consumenten zich vergalop­peren aan het goedkopere execution only? Van de kennis- en ervaringstoets moeten we niet teveel verwachten. Dat zou betekenen dat adviseurs pas bij de evaluatie in 2023 erkenning krijgen voor de bange voorgevoelens van nu.

873_Provisie_grafiek

Provisietransparantie schade

De minister stelt dan wel geen aanpassing van het provisieverbod voor. Maar hij grijpt wel het momentum aan om nieuwe onderwerpen op de politieke agenda te plaatsen. Relevante onderwerpen om over in getsprek te gaan. Maar deze vloeien niet rechtstreeks voort uit de regels voor het provisieverbod. De minister voert zeven nieuwe thema's op (zie kader Onderwerpen politieke agenda 2018). Hij waarschuwt wel dat het geen limitatieve lijst is. Kortom, het kan alle kanten uit.

    Grootste thema voor 2018 is provisietransparantie op schade. De AFM had zijn proefballon al in november 2017 opgelaten: er zou een actieve provisietransparantie moeten komen op schade. Het past in het huidig tijdsgewricht. Verborgen vergoedingen zijn niet meer vol te houden, aldus het Verbond Van Verzekeraars. Tot wanhoop van de tussenpersonen: er zijn geen problemen in de schadesector. Wat voor nut heeft deze transparantie dan? En de toezichthouder? Die beweert dat consumenten het zouden willen en beroept zich op consumentenonderzoek. Maar eerlijk gezegd is ook dit onderzoek weinig overtuigend.

    Ook hier wordt de agenda bepaald door de roep van verzekeraars en toezichthouders. De instituties bepalen het beleid en niet de individuele man/vrouw. Voor de zomer komt de minister met een reactie. De lobbymachine kan zijn werk gaan doen.

Ten slotte

De discussie over provisietransparantie lijkt wederom een machtsstrijd te worden tussen verzekeraars en adviseurs. Is het nu te doen om de consumentenzorg en compassie of het eigen marktaandeel en profijt? Kans is groot dat er wederom weinig erkenning is voor de zorgen van de financieel adviseur. En één ding durf ik met zekerheid te stellen: de discussie voegt niets toe aan een positieve klantbeleving. In de strijd om macht en gelijk krijgen staat de consument eenzaam langs de lijn. 

WWW.VOOG.NL-140 Silvia Janssen 500x500

Drs. S.M.C. (Silvia) Janssen

De auteur is eigenaar van en adviseur bij Onkar Compliance te Heelsum.

Andere artikelen: Editie 873 - april 2018

-->