Word abonnee

Klimaatrisico’s: reactief of proactief?

Dat het klimaat aan het veranderen is, daarover zijn de geleerden het inmiddels wel eens. Op allerlei manieren wordt nu duidelijk hoe ernstig de opwarming van de aarde is en wat we eraan kunnen doen. Het Klimaatakkoord van Parijs stelt ons het doel om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal twee graden ten opzichte van het niveau in 1990 en uiteindelijk klimaatneutraal in 2050. Wat zijn precies de gevolgen voor verzekeraars en welke risico’s spelen een rol?

Er zijn twee soorten gevolgen van de opwarming van de aarde. De Nederlandsche Bank (DNB) stimuleert verzekeraars daarom om langs twee assen de risico’s van klimaatverandering te onderzoeken en ook maatregelen te nemen.

Fysieke risico’s

Ten eerste: wat zijn de fysieke risico’s van de klimaatverandering? De achterliggende gedachte is dat verzekeraars moeten begrijpen hoe de portefeuille verandert en hoe claims- en schadepatronen eventueel zouden kunnen wijzigen in de toekomst.

Op de bestaande actuariële data kunnen we niet vertrouwen omdat die data niet per se representatief zijn voor de toekomst. We moeten daarom deze gevolgen voor schadepatronen aan de hand van dieperliggende scenario’s onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan scenario’s met meer brandgevaar als de zomers warmer worden, meer oogstschade door droogtes opgevolgd door stortbuien (met hagel), grotere kans op zwaardere winterstormen en stormen die vroeger in het jaar plaatsvinden als de bomen nog volop in het blad staan. Voor schadeverzekeraars liggen deze gevolgen voor de hand, hoewel de precieze impact natuurlijk giswerk is. Ook voor zorg- en levensverzekeraars is er een impact: de extreem warme zomers kunnen gezondheidsproblemen met zich brengen met oversterfte en gezondheidsklachten tot gevolg.

Tot slot, niemand heeft een glazen bol: er zijn meerdere scenario’s mogelijk. Zo zijn er ook scenario’s die uitgaan van een verandering van de warme golfstroom, waardoor Nederland juist kouder en droger zou kunnen worden.

Transitierisico’s

Ten tweede zijn er de zogenaamde transitierisico’s: wat verandert er in onze economische systemen in het pad naar klimaatneutraal of energieneutraal? Begrijpen verzekeraars de risico’s van zonne- en windenergie die nu veel meer worden ingezet als alternatief voor fossiele brandstoffen?

Maar ook: zijn er beleggingen in de portefeuille die in waarde zullen dalen in de klimaatneutrale situatie. Denk aan zogeheten ‘standed assets’: verzekeraars beleggen in aandelen van de grote energiereuzen (Shell, Exxon, BP). Die beleggingen zijn nu gebaseerd op de potentie van hun olie- en gasvoorraad, die straks wellicht niet wordt opgepompt. De mate waarin deze bedrijven hun strategie aanpassen bepaalt de waarde van hun aandelen in de klimaatneutrale wereld.

Niemand heeft een glazen bol: er zijn meerdere scenario’s mogelijk

De risico’s van de energietransitie zijn bepaald niet op voorhand duidelijk. Niet alleen bij de energiereuzen spelen de transitierisico’s. Andere voorbeelden zijn de transportsector in de breedste zin (auto, scheepvaart, luchtvaart), de agrarische sector en het toerisme. Daarnaast is het beleggen in vastgoed (en dus woonhuizen) onderhevig aan transitierisico’s: als de eisen rondom de energielabels van huizen en gebouwen strenger worden, dan moeten we in het huidige vastgoed investeren om de labels te verhogen of we moeten afwaarderen.

Sommige experts noemen nog het juridische risico van claims. Bijvoorbeeld omdat verzekeraars achteraf aansprakelijk worden gesteld voor klimaatrisico’s of omdat toezichthouders boetes geven voor het onvoldoende naleven van nieuwe klimaatwetgeving. Dit risico is iets dominanter in de Verenigde Staten dan in Europa.

Hoe groot is de impact van klimaatverandering?

Het Chief Risk Officer (CRO) Forum geeft een ontluisterend overzicht van de impact van de temperatuurstijgingen voor zowel de fysieke als de transitierisico’s (zie figuur 1).

905_Klimaatrisicos_grafiek1

De belangrijkste boodschap is dat een ogenschijnlijk kleine temperatuurstijging, van enkele graden, enorme gevolgen heeft voor de situatie op de wereld. En Nederland zal daarbij niet worden gespaard. Wetenschappelijke onderzoekers schatten nu in dat er een kans van 50 procent is dat de temperatuur circa 3-4 graden zal stijgen en dat de kans minder dan 50 procent is dat de Parijs-doelstellingen van 1,5 graad-stijging worden gehaald.

Belangrijk is dat er een balans is tussen de fysieke en transitierisico’s:

  • Als we te weinig (of te laat) ingrijpen, dan verandert het klimaat dermate dat de fysieke risico’s zich kunnen ontpoppen tot catastrofes.
  • Als we te veel (of te snel) ingrijpen, dan ontwricht dat het huidige economisch systeem dermate dat de transitierisico’s zullen leiden tot grote verliezen.

De scenario’s zoals die van het CRO Forum laten duidelijk zien wat de impact kan zijn. Ook is duidelijk dat door de klimaatverandering de kans op extreme weersomstandigheden enorm kan vergroten. De twee bijgaande kansverdelingen (zie figuur 2) laten dat zien. Je ziet de bekende klokvormige curve (normale kansverdeling), waarbij er zonder klimaatverandering een relatief kleine kans is op extreem weer. Maar wanneer de temperatuur stijgt, dan stijgt de kans op extreem weer enorm. Datzelfde geldt wanneer er meer variaties in weerspatronen optreden.

905_Klimaatrisicos_grafiek2

Van de fysieke en transitierisico’s zijn geen standaard ‘afvinklijstjes’ beschikbaar. Daarvoor zijn de gevolgen nog niet duidelijk. Maar we kunnen ook niet tot 2030 afwachten tot deze precies duidelijk zijn, want dan is de ruimte om te manoeuvreren zeker te klein geworden. Daarom is het goed dat er al allerlei scenariostudies beschikbaar zijn, zoals van het CRO Forum, World Economic Forum, VN Environmental Programme en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en haar Europese equivalent. Ook het Verbond van Verzekeraars opende recent een speciale webpagina over klimaatrisico’s.

Geïnteresseerden die deze scenariostudies analyseren, zullen zien dat er veel zogenaamde tweede orde-effecten bij klimaatrisico’s zijn. Bijvoorbeeld: door droge zomers zullen er vaker bosbranden optreden. Het eerste orde-effect is de directe schade aan de natuurgebieden en aanliggende bewoonde regio’s. Maar omdat er veel bomen verloren gaan, wordt er ook minder CO2 omgezet in zuurstof, bossen onttrekken immers CO2 aan de lucht. Dit versnelt de klimaatverandering. Dit is het tweede orde-effect.

Reactief of proactief?

Als facilitator in het economisch proces zijn financiële instellingen bij uitstek de aangewezen partij om te helpen bij het in kaart brengen van de risico’s. In het klimaatrapport Nederlandse financiële sector veilig achter de dijken? geeft DNB veel voorbeelden en moedigt zij verzekeraars en banken aan om de gevolgen van de klimaatverandering in kaart te brengen.

Op het gebied van het beleggingsbeleid hebben verzekeraars al grote stappen gezet. Deze ontwikkeling is ook al wat langer gaande: het zogeheten Maatschappelijk Verantwoord Beleggen (MVB). Zo hebben verzekeraars uitsluitingslijsten voor wapen- en soms ook tabaksproducenten. En er zijn ook partijen die heel bewust met hun stemgedrag invloed uitoefenen op het beleid van de betreffende onderneming. Of juist proactief de directies van beursfondsen benaderen om het klimaatbeleid te bespreken (engagement). MVB is een heel breed thema, denk bijvoorbeeld ook aan kinderarbeid en wapenhandel. En ook klimaatrisico’s beginnen steeds beter een plaats te krijgen in het MVB-beleid.

Verzekeraars kunnen veel actiever klimaatbesparend gedrag van klanten stimuleren

In 2020 heeft DNB ook de eis gesteld dat verzekeraars als onderdeel van Solvency II in hun ORSA aandacht aan klimaatrisico’s moeten besteden. Tot op heden zijn verzekeraars (en banken overigens ook) nog reactief omgegaan met klimaatrisico’s: de focus ligt op het in kaart brengen en eventueel vermijden van financiële gevolgen van klimaatrisico’s. Als voorbeeld: verzekeraars hebben inmiddels goed in kaart wat de mogelijke brandrisico’s zijn van de omvormers die zijn gekoppeld aan zonnepanelen.

Gezien de rol van verzekeraars en banken als facilitators in ons economisch systeem is het niet vreemd als zij een veel proactievere rol gaan spelen. Denk bijvoorbeeld aan het actief stimuleren van klimaatbesparend gedrag bij klanten, zoals het ondersteunen van zonnepanelen bij woonhuisverzekeringen.

Mogelijke voorbeelden

Zonder de pretentie te hebben om hier compleet te zijn, kunnen verzekeraars veel actiever stimuleren. Denk dan bijvoorbeeld aan het stimuleren van isolatieverbeteringen in woonhuizen, het aanschaffen van zonnepanelen, of het leggen van groene daken (zie het artikel ‘Waarom groene daken zo’n slimme investering zijn’, de Beursbengel nr. 902, maart 2020).

Dit idee is niet nieuw: zorgverzekeraars hebben al jarenlang kortingspakketten bij de sportschool voor hun klanten en stimuleren zo een gezond leven. Enkele autoverzekeraars hebben een speciale regeling met schadeherstelbedrijven die duurzaam auto’s herstellen. In de schadeherstel- en bouwsector bestaat hiervoor het keurmerk ‘Groen Gedaan!’. Bij woonverzekeringen geldt dat op dit moment veel huizenbezitters zonnepanelen aanschaffen. De verzekeraar zou dit moeten stimuleren en tegelijkertijd ook aanmoedigen om groenvoorzieningen of waterreservoirs in tuinen aan te leggen.

Uiteraard ligt hier een financiële prikkel voor de hand, maar dat hoeft niet per se. Zo stimuleert Univé bijvoorbeeld om buurten groener te maken met de actie ‘Tegel eruit, groen erin’. En zo wordt er (1) meer regenwater vastgehouden en (2) een groenere leefomgeving gemaakt.

Zakelijke klanten

Voor zakelijke klanten zijn de mogelijkheden voor verduurzaming van de bedrijfsvoering veel specifieker dan voor particulieren, en heel divers. Een machinefabriek heeft immers andere mogelijkheden dan een bakkerij of een adviesbureau. Niet alleen is de verzekeringsbehoefte verschillend, maar verschilt ook de manier waarop verzekeraars kunnen inspelen op de klimaatrisico’s van de betreffende klanten. Juist hier kunnen verzekeringsadviseurs een belangrijke rol spelen.

Voor de agrarische sector zijn de klimaatrisico’s wellicht makkelijker voor te stellen: snel stijgende temperaturen stellen eisen aan gewassen. En als regenval uitblijft, kunnen oogsten (deels) mislukken. De boeren die zijn overgestapt op volledig biologische oogst geven aan dit vaak goedkoper te doen, maar de investeringen daarvoor zijn vaak groot. Verzekeraars kunnen hier bij uitstek een rol spelen in de transitie, al dan niet in samenwerking met banken. Veel schadeverzekeringen hebben een looptijd van een jaar. Constructies waarbij meerjarige looptijden de impact van grote schades over de tijd uitsmeren, kunnen beter geschikt zijn. In de interne bedrijfsvoering van (grotere) bedrijven geldt vaak dat er een spin-off effect plaatsvindt als leveranciers ook worden aangesproken op duurzaamheid en klimaatrisico’s. Dit is bijvoorbeeld bij Achmea gebeurd in 2020 op haar weg naar klimaatneutrale bedrijfsvoering. Er lijkt hier sprake te zijn van een (positief) tweede orde-effect!

Wie komt er in actie?

Dat er klimaatrisico’s zijn, daarover zijn de meesten het wel eens. Maar wie moet zich daar nu druk om gaan maken? Bij veel verzekeraars zijn de risicomanagers óf financieel-actuarieel óf operationeel georiënteerd. De klimaatrisico’s vallen in beide perspectieven buiten het gezichtsveld. En wat ook niet helpt, is dat klimaatrisico’s niet direct tastbaar zijn. We vallen daardoor in zogenoemde gedragsvalkuilen, denk daarbij aan:

  • uitstelgedrag, omdat het klimaatprobleem niet urgent genoeg lijkt;
  • focus op andere risico’s, omdat klimaatrisico’s veel complexer zijn dan de bekende actuariële of audit-achtige risico’s;
  • vervolgonderzoek in ons streven naar complete informatie, in plaats van het nemen van de eerste acties die het probleem nu al verminderen;
  • een afwachtende houding, door de aard van de communicatie rondom klimaatrisico’s lijkt het alsof het een onafwendbare catastrofe is van buitenaf (zoals een vulkaanuitbarsting). Daardoor komen mensen minder snel in actie en wachten lijdzaam af.

Hoewel uiteindelijk de directie van verzekeraars verantwoordelijk is voor klimaatrisico’s, wordt deze niet adequaat gevoed door haar risicomanagement-/stafafdeling. Dit komt doordat er geen voor de hand liggende eigenaar is van dit probleem.

Er is geen voor de hand liggende eigenaar van het klimaatprobleem

In Nederland zijn verzekeraars nu alleen nog maar verplicht om te rapporteren wat zij doen tegen klimaatrisico’s. In het Verenigd Koninkrijk (VK) worden verzekeraars nu verplicht om proactief een contactpersoon duurzaamheid aan te stellen. Die is verantwoordelijk voor beleid over klimaatrisico’s. Daarnaast moeten directies in het VK van de Prudential Regulatory Authority (PRA) aantoonbaar stappen zetten om dit beleid ook in te voeren. Gezien de historische band die DNB heeft met de toezichthouder in het VK is het niet onwaarschijnlijk dat er ook in Nederland een dergelijke eis komt. Recent kondigde DNB in haar jaarverslag al aan proactiever toezichtbeleid te gaan voeren over klimaatrisico’s. De recente uitvraag klimaatrisico’s die verzekeraars begin 2021 sectorbreed moesten invullen, is daar een voorschot op. Naar verwachting zal DNB in het najaar van 2021 met aanvullende eisen komen.

Conclusie

Klimaatrisico’s zijn er in twee soorten: fysieke risico’s en transitierisico’s. Voor beide groepen is er geen precieze impact aan te geven. Daarom zijn deze beter te onderzoeken met scenario’s. De basisingrediënten zijn al voorhanden. En juist de verzekeringssector kan helpen om proactief de klimaatrisico’s te beheersen in Nederland. Daarvoor moet er breder worden gekeken dan tot nu toe het geval is. Verzekeraars zouden zich moeten richten op één of meer van onderstaande stappen:

  • kennisvergroting van de adviseurs over klimaatrisico’s;
  • diepgaande inventarisatie van klimaatrisico’s bij klanten, gebruikmakend van scenario’s;
  • aanpassen van productportefeuille op deze inzichten;
  • zoeken naar manieren om klanten te ondersteunen om versneld maatregelen te nemen tegen klimaatrisico’s;
  • verantwoordelijke persoon/afdeling benoemen om de energietransitie en  de aanpak van klimaatrisico’s te ondersteunen in de interne organisatie.

In dit artikel is gekeken naar de klimaatrisico’s en de gevolgen voor de verzekeraar. Wat de gevolgen zijn voor de verzekeringsadviseur bespreek ik in een volgend artikel.

Nog geen abonnement op FLINK?
Dit artikel maakt deel uit van het online kennisplatform FLINK. Op FLINK vind je niet alleen de artikelen uit de Beursbengel, maar ook andere informatie voor de verzekeringsprofessional, zoals whitepapers, blogs, webinars en video's. Nog geen abonnement op FLINK? Neem dan nu een (proef)abonnement.

Rene Doff

Dr. ir. R. (René) Doff

René Doff is docent Risicomanagement aan de Universiteit van Amsterdam en Chief Risk Officer van de UK P&I Club in Rotterdam.

Andere artikelen: Editie 905 - juni 2021

-->