Word abonnee

Algemene voorwaarden van de Construction All Risks-verzekering

Het merendeel van de Nederlandse assurantiemakelaars en schadeverzekeraars die Construction All Risks (CAR)-verzekeringen onderschrijven, hebben hun eigen algemene voorwaarden. Al met al zijn dat er in het totaal ongeveer twintig. Vanzelfsprekend pretendeert iedere assurantiemakelaar en schadeverzekeraar de beste (of in ieder geval goede) algemene CAR-voorwaarden te hebben. Maar in wiens perspectief zijn het de beste voorwaarden?

Als alle verzekeringsvoorwaarden met elkaar worden vergeleken, zijn er vanzelfsprekend verschillen in geboden dekkingen. De vraag is of de meest uitgebreide dekking wel de beste dekking is voor de verzekeringnemer. Sluit de geboden dekking wel aan op de behoefte en de contractuele verplichtingen van de verzekeringnemer? Ik illustreer dit aan de hand van vijf voorbeelden.

Voorbeeld 1: aannemersmaterieel

Er zijn algemene voorwaarden die dekking bieden voor het aannemersmaterieel van de verzekerden. Een kenmerk van een CAR-verzekering is de uitgebreide kring van verzekerden. Naast de verzekeringnemer zijn onder andere ook de opdrachtgever(s) en (onder)aannemer(s) opgenomen als verzekerden op de polis. Dit betekent dus dat het aannemersmaterieel, op voorwaarde dat deze optionele rubriek is meeverzekerd, van alle verzekerden is meeverzekerd. De vraag is of de verzekeringnemer dit wel wil of nodig vindt. De praktijk leert dat veel verzekeringnemers het niet wenselijk vinden dat er een beroep gedaan kan worden op hun CAR-verzekering voor bijvoorbeeld diefstalschade van aannemersmaterieel van onderaannemers. Een verzekeringnemer wil dit misschien nog accepteren als de betreffende schade kan worden verhaald. Van oudsher is in de meeste algemene voorwaarden een artikel opgenomen dat er op medeverzekerden geen verhaal wordt gedaan, tenzij er sprake is van opzet. Dit is bij invoering van het huidige Burgerlijk Wetboek ook vastgelegd in artikel 7:962 (subrogatie). De door de CAR-verzekeraar betaalde schade blijft dus op de schadestatistiek van de verzekeringnemer drukken. Het is maar de vraag of de verzekeringnemer hier blij mee is.

Aan de andere kant moet de CAR-verzekering wel dekking bieden als de verzekeringnemer zich ten opzichte van de onderaannemer contractueel heeft verbonden voor het sluiten van een CAR-verzekering inclusief de rubriek Aannemersmaterieel, waarbij het aannemersmaterieel van de onderaannemer dan ook is meeverzekerd.

Voorbeeld 2: locatie

In principe heeft de CAR-verzekering altijd dekking beoogd op het bouwterrein waar de bouw wordt gerealiseerd. In de loop der jaren is in een aantal voorwaarden de locatie waar dekking wordt geboden uitgebreid. Die uitbreiding betreft onder andere prefabricage, transport en tijdelijke opslag buiten het bouwterrein. Als er niets afwijkends wordt geregeld, geldt deze dekking dus voor alle verzekerden op de genoemde locaties. Ook hier kan een andere verzekerde dan de verzekeringnemer een beroep doen op de polis, terwijl dit voor de verzekeringnemer wellicht ongewenst is, mits uiteraard contractueel anders is afgesproken. Tevens geldt hier dat het verhalen van een uitgekeerde schade op een verzekerde niet mogelijk is.

Verhaal van uitgekeerde schade op verzekerden is niet mogelijk

Voorbeeld 3: termijn van dekking

De CAR-verzekering kent twee belangrijke termijnen, te weten de bouw- en de onderhoudstermijn. Standaard begint de onderhoudstermijn als de bouwtermijn eindigt. De bouwtermijn eindigt in principe bij oplevering van het verzekerde werk. Er zijn algemene voorwaarden die dat anders regelen. Een voorbeeld hiervan is dat de onderhoudstermijn start na de laatste deeloplevering. Dit betekent dat de all risks-dekking voor al eerder opgeleverde delen van het werk van kracht blijft. De opdrachtgever, ook een verzekerde op de CAR-polis, zou dus voor de laatste oplevering een beroep kunnen doen op de all risks-dekking van al eerder opgeleverde delen. De verzekeringnemer (in dit voorbeeld de aannemer) heeft een deel van het werk opgeleverd in de veronderstelling dat het risico ook is overgegaan naar de opdrachtgever. De verzekeringnemer (de aannemer) loopt echter het risico dat de opdrachtgever (ook een verzekerde) nog een claim kan indienen op de CAR-verzekering. Een eventueel betaalde schade komt (blijvend) ten laste van de schadestatistiek van de CAR-verzekering.

Dekkingsverschillen in de onderhoudstermijn

Het is voor de schadebehandeling van belang om te weten of de schade binnen de bouwtermijn of in de onderhoudstermijn plaatsvindt. De dekking is gedurende de onderhoudstermijn beperkt.

De onderhoudstermijn is optioneel mee te verzekeren. De dekking beperkt zich in de onderhoudstermijn tot schade die ontstaat tijdens werkzaamheden die voortvloeien uit de onderhoudsverplichting, de zogenoemde visit maintenance.

Daarnaast is er dekking voor de schade die zich tijdens de onderhoudstermijn openbaart, maar die is veroorzaakt in de bouwtermijn. Dit in combinatie met de visit maintenance-dekking staat bekend als de extended maintenance-dekking.

In de burger- en utiliteitsbouw komt de guarantee maintenance-dekking het meeste voor. De polis geeft dekking voor schade die zich tijdens de onderhoudstermijn openbaart en waarvan de oorzaak voor aanvang van de onderhoudstermijn ligt. Het verschil met extended maintenance is dat de schade ook mag zijn ontstaan vóór de bouwtermijn. In de onderhoudstermijn is daarmee ook schade aan het werk verzekerd die het gevolg is van bijvoorbeeld een ontwerpfout.

De dekking onder de overige rubrieken die van toepassing zijn, blijft gedurende de onderhoudstermijn van kracht.

Tot slot is het uitgesteld werk verzekerd. Dit is werk dat valt onder rubriek Het Werk, maar dat in de onderhoudstermijn wordt uitgevoerd. Dit valt ook onder de visit-werkzaamheden.

Voorbeeld 4: bouwplaatsaansprakelijkheid

Op bijna iedere CAR-polis is optioneel de sectie (Bouwplaats)aansprakelijkheid mee te verzekeren. Deze sectie biedt kort gezegd dekking voor personen- en zaakschade van derden als gevolg van aansprakelijkheid die verband houdt met de verzekerde werkzaamheden. Ik wil hierbij een onderscheid maken tussen opdrachtgevers- en aannemerspolissen.

De verzekeringnemer heeft er belang bij de bouw- en onderhoudstermijn nauwkeurig te definiëren

De belangen van beiden kunnen namelijk verschillend zijn. Een opdrachtgever kan een maatschappelijke functie hebben (een gemeente bijvoorbeeld) of mogelijk jaren gebruiker worden van een pand met gebruikers/eigenaren op de belendende percelen. De opdrachtgever wil bij schade aan derden voorkomen dat de schadelijdende derden niet van het kastje naar de muur worden gestuurd omdat hij schade heeft geleden als gevolg van de bouwactiviteiten. De opdrachtgever sluit hiervoor de sectie (Bouwplaats)aansprakelijkheid, die dus ook dekking biedt voor aansprakelijkheid van de medeverzekerden, waaronder de aannemer(s). Er is een keuze om deze sectie primair of secundair te sluiten.

Andere redenen

Een aannemer kan andere redenen hebben om de sectie (Bouwplaats)aansprakelijkheid op de CAR mee te verzekeren. Indien de aannemer een goede AVB (aansprakelijkheidsverzekering bedrijven) heeft, zou de sectie (Bouwplaats)aansprakelijkheid niet nodig moeten zijn. De aannemer zou een werk kunnen aannemen dat niet geheel past binnen de verzekerde hoedanigheid van de AVB, en/of dat er bepaalde werkzaamheden zijn uitgesloten. Er zou dan mogelijk wel dekking kunnen zijn op de sectie (Bouwplaats)aansprakelijkheid van de CAR. Belangrijk is te weten dat de sectie (Bouwplaats)aansprakelijkheid op de CAR nooit de AVB vervangt. Een belangrijke uitsluiting op de CAR is personenschade van bij de bouw betrokken partijen. Dit zijn dus onder andere de medewerkers van de aannemer. Een AVB blijft dus altijd nodig. Als bijvoorbeeld funderingswerkzaamheden niet automatisch zijn meeverzekerd op de AVB, is er dan wel dekking voor personenschade van ondergeschikten als zij door deze werkzaamheden letsel oplopen?

Een andere reden om als aannemer de sectie (Bouwplaats)aansprakelijkheid op de CAR mee te verzekeren, is de eventuele verzekeringsverplichting zoals deze bijvoorbeeld in een bestek is opgenomen. Hierin kan zijn bepaald dat de aannemer een CAR-verzekering dient te sluiten inclusief de sectie (Bouwplaats)aansprakelijkheid.

Ook voor de sectie (Bouwplaats)aansprakelijkheid geldt dat deze dekking biedt voor alle verzekerden en dat betaalde schades dus niet kunnen worden verhaald op (mede)verzekerden en op de schadestatistiek van de verzekeringnemer blijven drukken. Voor de sectie (Bouwplaats)aansprakelijkheid kan vaak een keuze worden gemaakt voor een primaire of een secundaire dekking. Bij een secundaire dekking dient men zich voor de bepaling van premie en condities altijd af te vragen welke dekking de primaire polis biedt (als deze er is).

Voorbeeld 5: verzekerde som van rubriek het werk

De basis van een CAR-polis is de rubriek Het Werk. De verzekerde som van deze rubriek op een doorlopende CAR-verzekering kan meerdere functies hebben. Het kan de limiet van de aanneemsom bepalen om aan te geven welke werken automatisch zijn verzekerd. Is de aanneemsom hoger dan de verzekerde som van de rubriek Het Werk, dan is dit werk niet automatisch verzekerd. Bij schade is er dan geen dekking, omdat het werk niet verzekerd is. Verder is er geen dekking tot het verzekerde bedrag. Het is daarom belangrijk dat de verzekeringnemer voor aanvang van het werk controleert of de aanneemsom de verzekerde som van de rubriek Het Werk niet overschrijdt. Indien dit wel de situatie is, dient het werk bij de verzekeraar te worden aangemeld. Die zal vervolgens het risico beoordelen en een voorstel doen op basis van welke premie en condities dit werk verzekerbaar is.

Blokkenclausule

Met de zogenaamde Blokkenclausule kan voorkomen worden dat een werk met een hogere aanneemsom dan de verzekerde som van de rubriek Het Werk niet automatisch is verzekerd. Enkele voorwaarden zijn:

  • dat de aanneemsom van ieder (bouw)blok niet hoger is dan de verzekerde som van de rubriek Het Werk;
  • dat de blokken niet met elkaar zijn verbonden;
  • en dat de onderlinge afstand bijvoorbeeld minimaal vijftien meter bedraagt.

Er zijn algemene voorwaarden die bepalen dat de verzekerde som van de rubriek Het Werk een premier risque-bedrag is van bijvoorbeeld 5.000.000 euro. Elders in de polis kan geregeld zijn welke werken automatisch zijn verzekerd. Bijvoorbeeld werken met een aanneemsom tot maximaal 20.000.000 euro. Dit betekent dat alle werken met een aanneemsom tot 20.000.000 euro zijn verzekerd, met dien verstande dat bij een gedekte schade de uitkering niet meer bedraagt dan 5.000.000 euro. Dit is namelijk de verzekerde som van de rubriek Het Werk. Bij een gedekte schade van bijvoorbeeld 8.000.000 euro is er dus een verschil van 3.000.000 euro. De vraag is dan wie dat gaat betalen. De verzekeringnemer zal zich dus bij een verzekerd bedrag op basis van premier risque moeten afvragen of er een grotere schade, als gevolg van één gebeurtenis, mogelijk is dan het verzekerde bedrag van de rubriek Het Werk. Ook hier geldt dat na beoordeling van de verzekeraar het verzekerde bedrag van de rubriek Het Werk tegen nader overeen te komen premies en condities wellicht verhoogd kan worden.

Is de aanneemsom gelijk aan de verzekerde som?

Betreft het een werk van 20.000.000 euro, maar bestaande uit vijf bouwblokken van 4.000.000 euro en buiten elkaars invloedsfeer, dan is de kans op een schade groter dan 5.000.000 euro aanzienlijk kleiner.

In het merendeel van de aflopende algemene voorwaarden is een regeling opgenomen dat bij schade maximaal 130 procent van de verzekerde som van de rubriek Het Werk wordt vergoed. Deze overdekking is onder andere bedoeld om eventueel meerwerk dat tijdens de bouwtermijn wordt opgedragen, automatisch mee te verzekeren. Indien het meerwerk een substantieel percentage is van de aanneemsom, is het verstandig om tussentijds de verzekerde som van de rubriek Het Werk te verhogen. Hierdoor is weer 30 procent ‘beschikbaar’ van het verhoogde verzekerde bedrag.

Omdat ieder bouwwerk verschillend is en er verschillende contractuele verplichtingen aangegaan kunnen worden tussen opdrachtgever en (hoofd)aannemers, alsmede tussen hoofdaannemer en onderaannemer(s), blijft een CAR-verzekering maatwerk. Het moet primair gaan om de belangen van de verzekeringnemer. Die is immers de contractant van de CAR-verzekeraar(s). Het is aan de assurantiemakelaar en de verzekeraar om, binnen de kaders van wat verzekerbaar is, daar zo goed mogelijk op aan te sluiten. Vanzelfsprekend heeft iedere dekking(suitbreiding) zijn prijskaartje.

Het beoordelen van CAR-risico’s blijft een boeiend vakgebied. 

Proefabonnement?
Dit artikel maakt deel uit van het online kennisplatform FLINK. Op FLINK vind je niet alleen de artikelen uit de Beursbengel, maar ook andere informatie voor de verzekeringsprofessional, zoals whitepapers, blogs, webinars en video's. Nog geen abonnement op FLINK? Neem dan nu een (proef)abonnement.

Theo Groefsema 500

Ing. Th. (Theo) Groefsema

De auteur is senior acceptant Technische Verzekeringen bij Avéro Achmea te Apeldoorn.

Andere artikelen: Editie 897 - september 2020

-->